Dit is een oude revisie van het document!


Criteria professionele ontwikkeling bachelor en master

Samenvatting
Fontys ICT hanteert voor het curriculum van HBO-ICT twee beschrijvingen van de professionele vaardigheden. Voor de bachelor-en de masteropleiding zijn deze gebaseerd op de HBO-i-domeinbeschrijving 2018. Op deze pagina worden de achtergrond en de geformuleerde criteria vanuit het HBO-i-kader toegelicht. Voor de criteria professionele vaardigheden van de opleiding Associate Degree, die gebaseerd zijn op de beschrijving van het AD-platform, zie deze pagina.

Algemene toelichting

Definitie

Met 'professionele vaardigheden' bedoelen we: de persoonlijke vaardigheden die nodig zijn om in de sociale, maatschappelijke en organisatorische omgeving te kunnen functioneren.

Met 'professionele ontwikkeling' (PO) bedoelen we: de ontwikkeling die een persoon doormaakt om zijn professioneel handelen te ontwikkelen om in zijn professionele (en maatschappelijke) omgeving te functioneren. Dit betreft persoonlijke en interpersoonlijke vaardigheden.

Accenten binnen Associate Degree en bachelor

De studenten AD en BSc volgen in semester 1 hetzelfde onderwijs. In semesters 2 en 3 wordt in de basis-profiel-semesters dezelfde Body of Knowledge (BOK) aangeboden, maar gedifferentieerd op de professionele vaardigheden. De leeruitkomsten zijn daardoor voor de AD en BSc studenten verschillend. In semester 4 richt de AD-student zich op een specifiek beroep en afstuderen, de BSc student kiest in semester 4 een specialisatie.

Toepassing

De professionele vaardigheden zijn door het HBO-i beschreven. Deze beschrijvingen worden meegenomen in de leeruitkomsten van de semesters. Elk semester wordt holistisch beoordeeld. Studenten moeten in elke context hun professionele ontwikkeling aantonen.

Bij Fontys ICT worden de professionele vaardigheden altijd in de context van het uitgevoerde werk beoordeeld. Zo is de norm voor wat verstaan wordt onder ‘goede communicatie’ of ‘taalvaardigheid’, anders tijdens een scrumsessie dan in een IT-bijdrage aan het jaarverslag van een beursgenoteerde onderneming. Leidend voor het beoordelen van studenten is altijd: wat wordt er in het werkveld verwacht aan professioneel gedrag bij het uitvoeren van dit type werk of deze activiteit?

De HBO-i-domeinbeschrijving beschrijft de verschillende niveaus maar werkt deze niet uit voor de professionele vaardigheden. Fontys ICT heeft concrete voorbeelden van professionele vaardigheden op niveau uitgewerkt. Hiermee kunnen docenten en onderwijsontwikkelaars (over de semesters en tussen profielen) kalibreren. De uitwerkingen zijn bedoeld als gedragsvoorbeelden. Desgewenst kan een semester deze hanteren als key performance indicatoren (KPI’s) voor professionele ontwikkeling.

Leeruitkomsten

Om de balans tussen technische en PO leeruitkomsten in evenwicht te houden, zijn voor elk semester twee leeruitkomsten professionele ontwikkeling benoemd.

Leeruitkomst: Professionele standaard

De eerste leeruitkomst omvat de professionele vaardigheden Toekomstgericht Organiseren, Onderzoekend Probleemoplossen en Doelgericht Interacteren. Deze leeruitkomst benoemt expliciet de door studenten te volgen werkmethodiek in het semester. Voor elke werkmethodiek in het ICT-werkveld geldt namelijk dat die altijd de aan de beroepscontext gebonden relevante aspecten van deze professionele vaardigheden benoemt. Er kan geen werkmethodiek gevolgd worden zonder daarbij zakelijke, ethische en duurzame afwegingen te maken (Toekomstgericht Organiseren), zonder ontwerp te baseren op onderzoek (Onderzoekend Probleem oplossen) en zonder stakeholders te betrekken en te informeren (Doelgericht Interacteren). Hieronder volgen de formuleringen voor propedeuseniveau, stageniveau (tot en met semester 5) en afstudeerniveau. Elk semester formuleert eigen toelichtingen bij de leeruitkomsten, geënt op onderwerp en context.

Propedeuseniveau

Je past individueel en in teamverband een professionele werkwijze toe op het gebied van projectorganisatie, communicatie met belanghebbenden, verkennend onderzoek en rapportage.

Stageniveau

Je past individueel en in teamverband een door het werkveld gebruikte methodologische aanpak toe waarmee je projectdoelen formuleert, belanghebbenden betrekt, toegepast onderzoek doet, adviseert, besluiten neemt en rapporteert. Daarbij maak je ethische, interculturele en duurzame afwegingen.

Afstudeerniveau

Je neemt verantwoordelijkheid bij het oplossen van een ICT-vraagstuk. Je onderzoekt met een door jou geselecteerde, relevante methode en je adviseert je belanghebbenden in een complexe en onzekere context. Je onderbouwt toekomstgerichte keuzes met ethische, interculturele en duurzame argumenten.

Leeruitkomst: Persoonlijk leiderschap

De professionele vaardigheid Persoonlijk Leiderschap heeft een eigen leeruitkomst. Die leeruitkomst beschrijft in grote lijnen welk individueel gedrag van een student in het semester verwacht wordt ten aanzien van in de context van dat semester relevante gedragsaspecten en de eigen lerende houding. Ook hier: semesters formuleren hun eigen toelichting, geënt op onderwerp en context.

Propedeuseniveau

Je neemt initiatief om feedback te vragen en te reflecteren en benoemt jouw kernwaarden als vertrekpunt voor je studieloopbaan en je professionele ontwikkeling.

Stageniveau

Je bent je bewust van je sterke punten en valkuilen, zowel in het vakgebied ICT als in je persoonlijke ontwikkeling. Je onderneemt acties die aansluiten bij je kernwaarden om je persoonlijke groei en lerende houding te bevorderen.

Afstudeerniveau

Je formuleert zelfstandig doelen en acties waarmee je leiderschap toont in je eigen ontwikkeling als ICT-professional op lange termijn. Je laat zien dat je in staat bent deze acties uit te voeren en je doelen te verwezenlijken, of waar nodig bij te sturen.

Nadere uitwerking HBO-i-domeinbeschrijving voor de bachelor

De leeruitkomsten professionele ontwikkeling zijn gebaseerd op de professionele vaardigheden zoals genoemd in de HBO-i-domeinbeschrijvingen. Deze paragraaf benoemt op drie niveaus gedragsvoorbeelden bij de beschrijvingen uit de domeinbeschrijving t.b.v. het bachelor curriculum. De omschrijvingen voor het vierde niveau (Master) volgen nog.

Elke professionele vaardigheid is eerst de beschrijving uit de HBO-i-domeinbeschrijving opgenomen en daaronder volgen mogelijke prestatie-indicatoren/ gedragsvoorbeelden. We verwachten van eerstejaars studenten het propedeuseniveau. Van studenten in semester 3, 4, en 5 het stageniveau en van studenten in semester 6, tijdens een minor en tijdens het afstuderen het bachelorniveau.

De niveaus zijn cumulatief: op het bachelorniveau wordt ook alles verwacht van het stage- en propedeuseniveau en op stageniveau ook het vaardigheidsniveau dat beschreven is op propedeuseniveau.

Professional skill: Toekomstgericht Organiseren

Omschrijving uit HBO-i
Hieronder wordt verstaan: de organisatorische context van ICT-opdrachten verkennen, zakelijke, duurzame én ethische afwegingen maken en alle aspecten van de uitvoering van de opdracht managen. Tabel 1 beschrijft de professional skill per deelgebied, tabel 2 geeft enkele voorbeelden van gedrag per niveau in het curriculum.

Tabel 1
Beschrijving van de professional skill Toekomstgericht Organiseren per deelgebied op eindniveau voor het bachelor curriculum.
Deelgebied Toelichting eindniveau
Organisatorische context Identificeert kenmerken en rollen van de omgeving van de opdracht en kent de zakelijke legitimering
Ethiek Kent ethische standaarden, betrekt maatschappelijk ethische thema’s in de oordeelsvorming, herkent eigen en andermans grenzen en handelt daarnaar.
Managen Inventariseert deeltaken, plant en bewaakt tijd, geld, kwaliteit en ethiek van de uitvoering van de werkzaamheden, herkent kansen en risico’s en zorgt voor een toekomstgerichte inbedding van de oplossing in de organisatie.

Voorbeelden gedrag

Tabel 2
Beschrijving van enkele voorbeelden van gedrag voor de professional skill Toekomstgericht Organiseren naar niveau in het bachelor curriculum.
Niveau Toekomstgericht Organiseren
Propedeuseniveau Je identificeert basiskenmerken van de omgeving van de opdracht.
Je hebt een basisbegrip van de zakelijke context waarbinnen de opdracht wordt uitgevoerd.
Je kunt eenvoudige maatschappelijk ethische thema's identificeren en meewegen in de oordeelsvorming, bijvoorbeeld door een Quick Scan uit te voeren in de Technology Impact Cycle Tool (TICT).
Je bent je ervan bewust dat je product mogelijk een bepaalde impact kan hebben op de maatschappij.
Je herkent (je eigen) grenzen op het gebied van ethiek en handelt daarnaar.
Je inventariseert eenvoudige deeltaken binnen een project of opdracht.
Je hebt basisvaardigheden in het plannen en bewaken van tijd, geld en kwaliteit van werkzaamheden.
Je herkent basisrisico's en kansen.
Stageniveau BSc Je identificeert kenmerken en rollen van de omgeving van de opdracht.
Je hebt een goed begrip van de zakelijke legitimering van de organisatie.
Je betrekt maatschappelijk ethische thema's in de oordeelsvorming en kunt deze kritisch analyseren.
Je bent in staat om een impact- en stakeholderanalyse uit te voeren en de resultaten daarvan toe te passen, bijvoorbeeld door een verbeterd product of een adviesrapport op te leveren met behulp van de Improvement Scan in de Technology Impact Cycle Tool (TICT).
Je herkent zowel je eigen grenzen als die van anderen op het gebied van ethiek en handelt in overeenstemming daarmee.
Je inventariseert en beheert deeltaken binnen een project of opdracht.
Je plant en bewaakt effectief tijd, geld, kwaliteit en ethische aspecten.
Je herkent en analyseert kansen en risico's in de organisatorische context en neemt passende maatregelen.
Je zorgt voor een toekomstgerichte inbedding van de oplossing in de organisatie, waarbij je ethische overwegingen integreert.
Bachelorniveau Je identificeert en analyseert grondig de kenmerken en rollen van de omgeving van de opdracht.
Je hebt een diepgaand inzicht in de zakelijke legitimering van de organisatie en kunt deze kritisch evalueren.
Je betrekt complexe maatschappelijk ethische thema's in de oordeelsvorming en kunt hierover een goed onderbouwde mening vormen.
Je bent in staat om zelfstandig een uitgebreide impact- en stakeholder analyse uit te voeren en kunt je opdrachtgever van een gedegen ethisch advies voorzien, bijvoorbeeld door een Full Scan uit te voeren in de Technology Impact Cycle Tool (TICT).
Je hebt kennis van ethische standaarden en normen in het vakgebied, bijvoorbeeld de AVG of de AI Act.
Je herkent zowel je eigen grenzen als die van anderen op het gebied van ethiek en handelt integer en verantwoordelijk.
Je inventariseert, coördineert en optimaliseert complexe deeltaken binnen een project of opdracht.
Je plant en bewaakt op strategisch niveau tijd, geld, kwaliteit en ethiek van de uitvoering van werkzaamheden.
Je identificeert en beoordeelt kansen en risico's in de organisatorische context en implementeert passende strategieën, waarbij ethische overwegingen een integraal onderdeel vormen.
Je zorgt voor een duurzame en toekomstgerichte inbedding van de oplossing in de organisatie, waarbij je ethische aspecten meeweegt en ethisch verantwoorde beslissingen neemt.
Masterniveau Je onderbouwt de toegevoegde waarde van een oplossing en generaliseert deze naar andere contexten.
Je neemt eindverantwoordelijkheid voor de planning van je werk (bijv. definitie van deeltaken, planning en bewaking van tijd, geld en kwaliteit).
Je toont ethische gevoeligheid.
Je toetst het gedrag van jezelf en de andere betrokkenen bij je projecten grondig aan morele normen

Professional skill: Onderzoekend Probleemoplossen

Omschrijving uit HBO-i

ICT-opdrachten kritisch vanuit verschillende perspectieven beschouwen, problemen identificeren, vinden van een effectieve aanpak en komen tot passende oplossingen. Tabel 3 beschrijft de professional skill per deelgebied, tabel 4 geeft enkele voorbeelden van gedrag per niveau in het curriculum.

Tabel 3
Beschrijving van de professional skill Onderzoekend Probleemoplossen per deelgebied op eindniveau voor het bachelor curriculum.
Deelgebied Toelichting eindniveau
Probleemaanpak Het identificeren van het probleem, richting van de oplossing bepalen en een passende aanpak kiezen.
Onderzoeken Gedurende het hele oplosproces nieuwsgierig zijn en vragen stellen vanuit verschillende perspectieven, deze vragen met een passende aanpak pragmatisch, kritisch en gebaseerd op bronnen beantwoorden.
Oplossen Het zowel methodisch als creatief problemen op kunnen lossen, het vinden van alternatieven en het kritisch de eigen en andermans redeneerketen kunnen doorlopen.

Voorbeelden gedrag

Tabel 4
Beschrijving van enkele voorbeelden van gedrag voor de professional skill Onderzoekend Probleemoplossen naar niveau in het bachelor curriculum.
Niveau Onderzoekend probleemoplossen
Propedeuseniveau Je blijft gedurende het hele oplosproces nieuwsgierig en vragen stellen.
Je beantwoordt vragen met een passende aanpak: pragmatisch, kritisch en gebaseerd op bronnen.
Je past de onderzoekscyclus bij enkelvoudige onderzoeksvragen toe, bijvoorbeeld volgens het DOT framework.
Je bent je ervan bewust dat culturele verschillen van invloed zijn op de keuzes die je maakt voor je oplossingen.
Stageniveau BSc Je stelt op basis van een probleemanalyse passende onderzoeksvragen op.
Je bepaalt voor een gegeven probleem een onderzoeksstrategie volgens het DOT-framework.
Je analyseert onderzoeksresultaten.
Je lost problemen methodisch en creatief op.
Je zoekt actief naar alternatieven.
Je doorloopt kritisch je eigen redeneerketen.
Je neemt beslissingen tijdens het proces van het oplossen van problemen, op basis van kennis van de verschillende dimensies van cultuurverschillen.
Bachelorniveau Je identificeert ongestructureerd praktijkproblemen.
Je werkt zelfstandig naar een evidence based oplossing.
Je stelt vragen vanuit verschillende perspectieven.
Je verantwoordt je keuzes ten aanzien van het research pattern, de onderzoeksstrategieën en onderzoeksmethoden aan de hand van het DOT-framework.
Je ontwerpt oplossingen vanuit verschillende culturele perspectieven.
Masterniveau Je identificeert het (hoofd)probleem, bepaalt oplossingsrichtingen en selecteert een passende oplossingsaanpak.
Op basis van de analyse van complexe uitdagingen definieer je geschikte onderzoeksvragen. Je bewaakt de relevantie van deze vragen gedurende het proces en herformuleert ze indien nodig.
Je toont kritisch denken tijdens het hele proces van het oplossen van de belangrijkste problemen, bijvoorbeeld door vragen te stellen vanuit verschillende perspectieven en door gebruik te maken van solide (her)bronnen.
Je werkt zelfstandig aan evidence-based oplossingen met behulp van een ontwerpgerichte en stringente methodologie (transparant, betrouwbaar en valide).

Professional skill: Persoonlijk Leiderschap

Omschrijving uit HBO-i
Ondernemend zijn rond ICT-opdrachten en persoonlijke ontwikkeling, daarbij aandacht hebbend voor het eigen leervermogen en voor ogen houdend wat voor ICT-professional en/of welk type functies men ambieert.

Tabel 5 beschrijft de professional skill per deelgebied, tabel 6 geeft enkele voorbeelden van gedrag per niveau in het curriculum.

Tabel 5
Beschrijving van de professional skill Persoonlijk Leiderschap per deelgebied op eindniveau voor het bachelor curriculum.
Deelgebied Toelichting
Ondernemend zijn Attent zijn, kansen zien en deze grijpen, zichzelf en anderen kunnen motiveren, zichzelf dan wel een team kunnen profileren, anderen meenemen in de eigen ontwikkeling, leiderschap tonen en verantwoordelijkheid nemen.
Persoonlijke ontwikkeling Een overwogen studiekeuze maken, het eigen leervermogen versterken, een leerbehoefte bij zichzelf kunnen onderkennen en daarop passend acteren, reflecteren, evalueren, actief feedback vragen en geven.
Persoonlijke profilering Onderzoeken wat voor type professional men op termijn zou willen zijn, welk beroepenveld en type functies men ambieert en hoe zich daarin van anderen in de branche te onderscheiden.

Voorbeelden gedrag

Tabel 6
Beschrijving van enkele voorbeelden van gedrag voor de professional skill Persoonlijk Leiderschap naar niveau in het bachelor curriculum.
Niveau Persoonlijk leiderschap
Propedeuseniveau Focus op: Wie ben ik, wat wil ik
Je weet wat voor jou belangrijk is en kunt van daaruit bepalen wat jij nodig hebt in de ICT en je professionele ontwikkeling en bent in staat te leren op een manier die bij jou past.
Weten wat belangrijk is houdt in dat je in staat bent om je eigen kernwaarden te herkennen.
Bepalen wat je nodig hebt houdt in dat je vanuit je kernwaarden kunt bepalen wat jij nodig hebt om dicht bij jezelf te kunnen blijven.
Leren op een manier die bij je past houdt in dat je kunt bepalen op welke manier jij nieuwe kennis en vaardigheden het beste aanleert en je in staat bent dit ook toe te passen.
Stageniveau BSc Focus op: wat kan ik en bepalen wat er nodig is
Je weet wat je sterktes en valkuilen zijn in de ICT en je persoonlijke ontwikkeling. Om je persoonlijke groei te bereiken ben je in staat om acties te ondernemen die bij je kernwaarden passen en je doet dit op een manier die bij je past.
Weten wat je sterktes en valkuilen zijn houdt in dat je in staat bent om (onder andere via zelfreflectie en het vragen van feedback) te herkennen waar je goed in bent en waar je je nog in zou moeten groeien.
In staat zijn om acties te ondernemen houdt in dat je de verantwoordelijkheid neemt om jezelf te ontwikkelen tot een professionele ICT’er, waarbij je kansen ziet en aanpakt, en dit op een gestructureerde, planmatige en doelmatige manier doet.\\Op een manier die bij je past houdt in dat je bij de activiteiten die je onderneemt een werkwijze kiest die passend is bij de manier waarop jij het beste kennis en vaardigheden ontwikkelt.
Bachelorniveau Actief acties ondernemen om uit te voeren wat er nodig is
Je hebt een visie over jouw rol in de ICT, toont ondernemend gedrag in de ICT en je persoonlijke ontwikkeling, stelt doelen die hierbij passen en onderneemt acties die bijdragen aan het halen van deze doelen.
Een visie over jouw rol houdt in dat je weet wat je wilt, wat je kan en waar je je in wilt ontwikkelen. Op basis daarvan bepaal je wat voor ICT-professional je wilt zijn.
Ondernemend gedrag houdt in dat je verantwoordelijkheid neemt voor je eigen acties, kansen ziet en grijpt en zelfstandig je doelen kunt bepalen en bewaken.
Doelen stellen die hierbij passen houdt in dat je doelen stelt die realistisch zijn en bijdragen aan jouw gewenste ontwikkeling, bijvoorbeeld via de SMART methode.
Acties ondernemen die bijdragen aan het halen van doelen houdt in dat je leiderschap toont in je eigen ontwikkeling, waarbij je in staat bent om acties te ondernemen, maar ook kunt valideren of je dichter bij deze doelen komt en indien nodig hierin kunt bijsturen.
Masterniveau Je toont voldoende begrip van complexe vraagstukken in je eigen vakgebied. Je kunt ook effectief omgaan met professionals uit andere disciplines.
Je kunt reflecteren op je persoonlijke ontwikkeling bezien vanuit een breder perspectief (bijv. loopbaanambities op de lange termijn).
Je zoekt proactief naar mogelijkheden om jezelf te ontwikkelen. Je gaat bewust op zoek naar mogelijke nieuwe leerdoelen.
Je evalueert je eigen acties en kan ze bijsturen indien nodig.

Professional skill: Doelgericht Interacteren

Omschrijving uit HBO-i
Bepalen welke partners een rol spelen bij de ICT-opdracht, constructief met hen samenwerken en passend communiceren gericht op de gewenste impact. Tabel 7 beschrijft de professional skill per deelgebied, tabel 8 geeft enkele voorbeelden van gedrag per niveau in het curriculum.

Tabel 7
Beschrijving van de professional skill Doelgericht Interacteren per deelgebied op eindniveau voor het bachelor curriculum.
Deelgebied Toelichting
Partners Aandacht voor de diverse groepen samenwerkingspartners zoals stakeholders, belangengroepen, eigen teamleden.
Communiceren Aandacht voor wat men wil communiceren met welke impact, de daarbij meest geschikte vorm en de daadwerkelijke uitvoering hiervan.
Samenwerken Aandacht voor de eigen rol in de context van de ICT-opdracht, taken herkennen en oppakken, anderen aanspreken, verrijking zoeken en vertrouwen opbouwen in een interdisciplinaire en interculturele context.

Voorbeelden gedrag

Tabel 8
Beschrijving van enkele voorbeelden van gedrag voor de professional skill Doelgericht Interacteren naar niveau in het bachelor curriculum.
Niveau Doelgericht interacteren
Propedeuseniveau Je houdt rekening met directe belanghebbenden bij de opdracht.
Je hebt aandacht voor wat je wil communiceren en in welke vorm.
Je neemt je eigen rol in de groep.
Je herkent taken in het groepswerk.
Je spreekt anderen aan op hun rol.
Je bent je bewust van de impact die culturele verschillen hebben op jou en op andere mensen met wie je omgaat.
Stageniveau BSc Je houdt rekening met verschillende stakeholders bij de opdracht.
Je zorgt voor de gewenste impact en uitvoering van communicatie.
Je zoekt actief verrijking in de opdracht.
Je bouwt bewust vertrouwen op bij het samenwerken.
Je werkt zo samen dat ieders kracht èn leerbehoeften tot hun recht komen.
Je kunt je kennis van cultuurverschillen toepassen om je communicatie te verbeteren, verschillen aan te voelen en je gedrag aan te passen bij het werken in een internationale of interculturele omgeving.
Bachelorniveau Je anticipeert op verschillende typen samenwerkingspartners.
Je werkt samen in interdisciplinaire teams.
Je beheert effectief culturele verschillen in je interacties met belanghebbenden.
Masterniveau Je begrijpt de culturele verschillen tussen deelnemers en past je gedrag hierop aan.
Je communiceert effectief als expert met een gespecialiseerd en niet-gespecialiseerd publiek.
Je gaat effectief om met internationale en culturele verschillen in je interacties met stakeholders.